Algemeen

Hervorming personenbelasting: wat verandert er vanaf 2026?

By 2 september 2026No Comments

De wet van 15 juli 2026 tot hervorming van de personenbelasting werd op 29 juli 2026 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

Het is een van de ruimste hervormingen van de voorbije jaren, met maatregelen die gespreid in werking treden tussen inkomstenjaar 2026 en inkomstenjaar 2030. En het is de uitvoering van het Federaal regeerakkoord zoals aangekondigd in ons eerder artikel Federaal regeerakkoord 2025-2029 – Wat verandert er mogelijks voor u? – Warfid

Een aantal bepalingen werken bovendien terug tot 1 januari 2026, waardoor u de impact al voelt op de inkomsten van dit jaar.

De rode draad: de belastingdruk op arbeidsinkomen verlagen, het nettoloon verhogen en de eenmanszaak versterken. Voor wie met een vennootschap werkt, zit er echter ook een verstrenging in.

In de verschillende artikels overlopen we de wijzigingen per doelgroep: werknemers en gezinnen, vennootschappen en bedrijfsleiders, zelfstandigen zonder vennootschap, en tot slot een aantal specifieke regimes.

In het apart artikel wordt de verlaging van de belastingen op arbeidsinkomen toegelicht.

Link naar Lagere belastingdruk op arbeidsinkomenWarfid

Impact op vennootschappen en haar bedrijfsleiders

Dit is het hoofdstuk waar het voor onze vennootschapsdossiers echt om draait.

De minimumbezoldiging stijgt

Een kleine vennootschap geniet het verlaagd tarief vennootschapsbelasting van 20% op de eerste schijf van € 100.000,00 winst, op voorwaarde dat aan minstens één bedrijfsleider-natuurlijke persoon een minimumbezoldiging wordt toegekend.

Die drempel bedroeg € 45.000,00. Vanaf inkomstenjaar 2026 (aanslagjaar 2027) wordt hij opgetrokken en voortaan jaarlijks geïndexeerd. Voor inkomstenjaar 2026 komt dat neer op € 51.000,00. Aanvankelijk bedroeg het bedrag € 50.000,00, maar ook voor dit jaar werd reeds een indexatie toegepast.

Ligt de belastbare winst in uw vennootschap lager, dan volstaat een bezoldiging die minstens gelijk is aan het belastbaar resultaat. Die regel blijft ongewijzigd.

Dezelfde bezoldigingsvoorwaarde speelt sinds aanslagjaar 2026 ook buiten het verlaagd tarief. Voor DBI-beveks is de terugbetaling van de roerende voorheffing op uitgekeerde dividenden voortaan afhankelijk van diezelfde minimumbezoldiging. Wie niet voldoet, verliest de roerende voorheffing definitief. Dan kan het zélfs voordeliger zijn om de DBI-aftrek bewust niet toe te passen zoals eerder toegelicht in Beleggen in DBI-beveks anno 2026 met uw vennootschap: bent u beter af met gewone aandelen? – Warfid

Nieuw: maximaal 20% forfaitaire voordelen van alle aard

Naast de hoogte van de bezoldiging kijkt de wetgever nu ook naar de samenstelling ervan. De bezoldiging mag voor maximaal 20% bestaan uit forfaitair geraamde voordelen van alle aard. Wordt die grens overschreden, dan spreekt de wet van bovenmatige voordelen.

We gingen hier eerder al uitgebreider op in. Meer detail leest u in ons artikel Bovenmatige voordelen van alle aardWarfid

Ook als starter – en dat wordt vaak over het hoofd gezien

Veel startende bedrijfsleiders weten dat hun vennootschap de eerste vier belastbare tijdperken na oprichting niet aan de minimumbezoldiging moet voldoen. Dat geldt nog steeds: die uitzondering blijft ongewijzigd.

Maar zij geldt enkel voor de bezoldigingsdrempel. De nieuwe 20%-grens is een afzonderlijke uitsluitingsgrond en kent geen startersvrijstelling. Ze speelt dus ook in de eerste vier boekjaren, zelfs in jaar één.

Het klassieke startersprofiel met een lage cash bezoldiging, aangevuld met een bedrijfswagen en eventueel een woning kan uw vennootschap dus alsnog het verlaagd tarief kosten. Ook al zit u nog binnen de startersperiode. Precies het scenario waarin men er niet aan denkt.

Is het sop de kolen (nog) waard? Een hogere cash bezoldiging kost personenbelasting en sociale bijdragen; het verlaagd tarief levert maximaal € 5.000,00 per jaar op (5% op de eerste schijf van € 100.000,00), plus in voorkomend geval de recuperatie van de roerende voorheffing op DBI-dividenden. Dat is een rekenoefening per dossier, en niet altijd in het voordeel van de hogere bezoldiging.

Praktische tip: u kunt de teller drukken door een forfaitair voordeel geheel of gedeeltelijk aan te rekenen aan de bedrijfsleider via de rekening-courant.

Nieuwe stimulansen voor de zelfstandige zonder vennootschap.

Ook voor zelfstandigen, zonder vennootschap worden ondersteunende maatregelen ingevoerd.

Zo wordt er geen belastingvermeerdering meer aangerekend op winsten en baten wegens onvoldoende voorafbetalingen.

Al vanaf dit jaar, het inkomstenjaar 2026 (aanslagjaar 2027), verdwijnt de belastingvermeerdering wegens onvoldoende voorafbetalingen voor belastingplichtigen die winsten of baten behalen en voor de bezoldigingen van hun meewerkende echtgenoot. Vrijwillige voorafbetalingen leveren wel een bonificatie op.

De vermeerdering blijft behouden voor bedrijfsleidersbezoldigingen. Het percentage daalt wel van 6,75% (aanslagjaar 2026) naar 4,5% (aanslagjaar 2027). Voor vennootschappen verandert er niets.

Een vijfde voorafbetalingsperiode

Vanaf aanslagjaar 2027 komt er een vijfde voorafbetalingsperiode in de personenbelasting. Na de vervaldag van 20 december loopt er een bijkomend venster tot 20 februari van het aanslagjaar. Op dat moment hebt u een veel scherper zicht op het werkelijke resultaat, wat gerichter bijstorten mogelijk maakt.

Belangrijke nuance: die vijfde periode geeft enkel recht op een specifieke bonificatie. Ze kan niet worden aangewend om de vermeerdering op bedrijfsleidersbezoldigingen weg te werken.

De ondernemersaftrek

Zelfstandigen die als natuurlijke persoon werken, krijgen vanaf inkomstenjaar 2027 (aanslagjaar 2028) een nieuwe ondernemersaftrek: een vrijstelling van 10% van de winsten of baten, begrensd tot een wettelijk maximumbedrag voor inkomstenjaar 2026 van € 650,00 EUR.

In een apart artikel wordt u de fiscale behandeling van diverse inkomsten toegelicht, evenals het fiscaal gunstregime voor gepensioneerden die bijverdienen buiten het flexi-jobregime.

Link naar “Diverse inkomsten en het gunstregime voor gepensioneerde bijverdieners

Auteursrechten: opnieuw open voor computerprogramma’s

Sinds 1 januari 2026 staat het fiscale auteursrechtenregime opnieuw open voor vergoedingen die betrekking hebben op computerprogramma’s. Daarmee draait de wetgever de uitsluiting sinds 1 januari 2023 terug en herstelt hij de gelijkstelling met andere digitale beroepen.

Op deze fiscale wijziging gaan we dieper in via een afzonderlijk artikel.

Hebt u vragen over de concrete impact voor u of uw onderneming, dan bekijken we dit graag samen met

Auteur: Gerrit Borremans (18 augustus 2026)