Tax

Reserveer nu, betaal later – of toch niet?

By 6 oktober 2025No Comments

Vadertje Staat blijft ons wakker houden. Sinds 29 juli 2025 zijn de regels rond de liquidatiereserve en het VVPR-bis-stelsel flink aangepast. Of je dat nu ziet als een broodnodige facelift of eerder als een financiële practical joke, laten we aan jou over.

Tot voor kort zat het systeem de liquidatiereserve vrij eenvoudig in elkaar. Je betaalde bij aanleg 10% liquidatieheffing (extra vennootschapsbelasting), wachtte geduldig vijf jaar en kon daarna uitkeren via een dividenduitkering aan het gunstige tarief van 5% roerende voorheffing. Alles bij elkaar geteld kwam dit neer op een totale belastingdruk van : 13,64%.

Vanaf nu mag/kan je al na drie jaar uitkeren. Dat klinkt fijn, maar hier hangt een prijskaartje aan vast: het tarief van de roerende voorheffing stijgt van 5% naar 6,5%, waardoor de totale belastingdruk op 15% komt.

Voor de reserves die je aanlegde tegen uiterlijk 31 december 2025 heb je nog de luxe van keuzevrijheid: drie jaar wachten voor 6,5% of vijf jaar wachten voor 5%.

Nieuwe reserves vanaf 2026 kennen geen keuzemenu meer: het is altijd drie jaar wachten én 6,5% RV. En wie sneller wil cashen, betaalt 30% roerende voorheffing – een stevige fiscale tik.

Ook het VVPR-bis-stelsel kreeg een make-over. Het voordelige tarief van 20% roerende voorheffing dat je vroeger vanaf het tweede boekjaar kon genieten, verdwijnt. Enkel het 15%-tarief vanaf boekjaar drie blijft overeind.

Voorbeeldje uit de praktijk: Kristof van de vennootschap ELBA INVEST heeft de voorbije jaren netjes liquidatiereserves opgebouwd. Volgens de oude regels diende hij die liquidatiereserves vijf jaar laten staan om ze daarna aan zichzelf te kunnen uit keren tegen een gunstig tarief van 5% roerende voorheffing. Maar eerlijk is eerlijk: vijf jaar wachten is lang. En Kristof heeft intussen een ander, veel aantrekkelijker plan – een jacuzzi in de tuin! Hij ziet zichzelf al bubbelen met een glas champagne in de hand. Dankzij de nieuwe wetgeving hoeft hij daarvoor niet noodzakelijk vijf jaar geduld uit te oefenen: hij kan ervoor opteren om zijn liquidatiereserves twee jaar vroeger uit te keren.

Concreet gaat het over de aangelegde liquidatiereserves van aanslagjaar 2021 en 2022. Als Kristof deze onmiddellijk uitkeert, geldt een tarief van 6,5% roerende voorheffing. De liquidatiereserve van aanslagjaar 2021 kan uitgekeerd worden vanaf 1 januari 2024, en voor aanslagjaar 2022 is dit vanaf 1 januari 2025. Wenst Kristof maar 5% roerende voorheffing te betalen dan zal hij moeten wachten tot de voorziene exitdatums, dan kan er pas uitgekeerd worden vanaf 1 januari 2026 voor de reserve van 2021 en 1 januari 2027 voor die van 2022. Een kleine meerkost dus, maar voor Kristof ook de prijs om sneller in dat warme bubbelbad te kunnen stappen.

Ook voor de meest recente reserve van aanslagjaar 2024 (inkomstenjaar 2023) heeft hij de keuze. De liquidatiereserve kan ten vroegste op 1 januari 2027 uitgekeerd worden aan 6,5%. Wil Kristof liever de volle vijf jaar wachten, dan kan hij pas vanaf 1 januari 2029 aan het voordelige tarief van 5% genieten.

De conclusie is duidelijk: wie snel geld wil, mag er vroeger aan zitten, maar betaalt iets meer. Wie geduld heeft, doet een fiscaal koopje.

Auteur: Kevin De Jonge (2 oktober 2025)