Tax

Meerwaardebelasting: meer tijd om uw verdedigingspamflet op te stellen!

By 26 januari 2026No Comments

Meerwaardebelasting: meer tijd om uw verdedigingspamflet op te stellen!

Nog los van de hele (beangstigende) randdiscussie rond interne meerwaarden (zie de bijdrage van Kenneth hiervoor), is het zelfs voor het pièce de résistance van de hele saga, namelijk de gewone toepassing van de belasting bij simpele verkopen van aandelen voor wie meer dan 20% van een onderneming heeft, nog steeds onduidelijkheid troef.

Maar niet alles is kommer en kwel: u weet dat u zelf een waardering kan laten opstellen die de waarde van uw onderneming per 31 december 2025 vastlegt als u geen objectieve referentiepunten hebt in 2025 zoals verkopen van een deel van de onderneming aan derden of vaststaande contracten met derden, en u niet kan leven met de vrij simplistische formule die in de wet zal komen te staan. Die formule heeft het over “eigen vermogen verhoogd met 4 keer de EBITDA”. Een gemiste kans is het om hier niet het geherwaardeerd eigen vermogen te vernoemen, hoewel we toegeven dat dit de poort naar “welles-nietes” wagenwijd zou opengeduwd hebben, want latente meerwaarden staan nu eenmaal per definitie niet geboekt…

Hoe dan ook: wanneer u een beroep doet op een andere dan uw gebruikelijke accountant of revisor om een hogere waarde uit te rekenen, dan kan u die waardering naar voor schuiven op het moment dat u ooit eens verkoopt. Natuurlijk zal de fiscus die berekening niet slaafs volgen en ook hier zal de tussengekomen revisor of accountant al eens ferm zijn/haar visie mogen gaan verdedigen, maar u komt toch niet ongewapend in de ring…

Het goede nieuws is nu dat dergelijk rapport van een accountant of revisor niet tegen 31 december 2026 op uw bureau moet liggen, maar slechts uiterlijk op 31 december 2027! We kunnen u verzekeren dat dat echt welkom is bij al die ondernemers die de aandelen van hun werkvennootschap in eigen naam aanhouden en niet via een holdingvennootschap…

Kleine “teaser”: zelfs voor wie wél de aandelen van zijn/haar waardevolle werkvennootschap in eigen privé naam aanhoudt, is er een ontsnappingsroute. Die heeft wel wat voeten in de aarde, maar “niets voor niets” is een constante in het leven, niet? En zelfs dat nadeel weegt ons inziens meestal veruit niet op tegen de diverse voordelen…

Maar vooraleer u de ledenlijst van ITAA of IBR gaat openslaan om een accountant of revisor te vinden die uw verslag gaat opstellen, moet u eerst even checken of u wel degelijk bij de ultra-gelukkigen bent die de belasting écht zouden gaan voelen. Klein voorbeeld: u verkoopt uw zaak en realiseert 11 miljoen euro meerwaarde. Herlees de vorige zin en vraag u af of u verder moet lezen want de meesten onder ons zullen dat bedrag niet direct halen, en al helemaal niet als ze geen 100% eigenaar zijn… Maar zelfs als u een dergelijk “Marc Coucke-gehalte” heeft: u betaalt in dit voorbeeld 3,125%. Valt wel mee, niet? (Let wel: in absolute getallen bent u 343k lichter, maar in het leven is alles relatief, toch…?) Heeft u die onderneming 50/50 samen met bijvoorbeeld uw broer, zus of uw partner: dan moet de totale meerwaarde op de aandelen van de zaak al dubbel zo hoog zijn om deze cijfers te bereiken! Bij een meerwaarde van 21 miljoen die u, en u alleen, realiseert, betaalt u pakweg 6,4%… Dus laat hier toch niet te veel slapeloze nachten voor…

Maar we geven wel toe: de index kan snel stijgen (en uw zaak in pure getallen een hogere waarde laten vertegenwoordigen) en de snoodaards die de wet aan het schrijven zijn, hebben voorzien dat de grensbedragen niet geïndexeerd worden. Dus elk jaar wordt de factuur iets duurder… En om u nu al wat stemadvies te geven tegen de volgende federale verkiezingen: zullen toekomstige regeringen van dat tarief hun pollen kunnen afhouden? In één pennentrek kan “10%” herschreven worden in “33%” of zo… Dat zijn dan argumenten om wél de eigen waardering te laten vastleggen, of om de ontsnappingsroute te gaan verkennen…? 😉

Auteur: Jan Baert (24 januari 2026)