Wie de afgelopen jaren een schenking zonder notaris deed, weet dat daar nogal wat origami bij komt kijken. Het fameuze pacte adjoint – dat document waarin schenker en begiftigde hun bedoelingen netjes op papier zetten – moest minutieus worden geplooid, dichtgekleefd, en per aangetekende post verzonden, om via de poststempel die felbegeerde “semi-vaste” datum te verkrijgen. Goed nieuws: dit kan voortaan ook digitaal! Maar wat was hier nu weer de bedoeling van?
Welnu, stel: u schrijft als gulle ouder een mooi bedrag over naar zoon- of dochterlief (dat heet dan een bankgift, een “onrechtstreekse” schenking waar geen notaris aan te pas komt). Maar – en hier wringt het schoentje – een overschrijving an sich zegt niets over de bedoeling van de partijen, nu het bijvoorbeeld evengoed om een lening zoukunnen gaan. Daarboven komt dat u ook nog eens uitdrukkelijk wordt afgeraden om in de mededeling bij de overschrijving te vermelden dat het om een schenking zou gaan. Want dan zou u, o ironie, de vormvereisten van de “echte” (lees: notariële) schenking frustreren… met mogelijke nietigheid van die schenking tot gevolg.
Vandaar dus de “pacte adjoint”: een onderhands document waarin de schenker verklaart iets te hebben geschonken, de begiftigde hem/haar daarvoor bedankt en waarin dan allerhande clausules kunnen worden opgenomen, zoals bijvoorbeeld een optioneel beding van terugkeer (bij vooroverlijden kan de schenker beslissen dat het geld terugkeert naar de schenker) of een uitsluitingsclausule (om te vermijden dat de schoonfamilie ermee aan de haal gaat). Let wel, wenst u dergelijke clausules op te nemen, dan doet u er goed aan om de schenking te laten voorafgaan door een intentiebrief waarin duidelijk de wil tot schenken én de voorwaarden worden vastgelegd. Indien u een terugkeerbeding opneemt, vermeld dan ook expliciet dat dit “terugwerkende kracht” heeft. Op 1/1/2023 is immers het nieuwe verbintenissenrecht in werking getreden, waardoor de vervulling van een voorwaarde, in tegenstelling tot voorheen, van rechtswege nog maar uitwerking krijgt voor de toekomst en het lichten van de optie na overlijden, de terugkeer dus in principe onderhevig zou maken aan erfbelasting. Gezien het echter niet gaat om een dwingende rechtsbepaling, kan er dus van afgeweken worden, wat best gedaan wordt (zo kan bedongen worden dat het geschonken goed vóór het openvallen van de nalatenschap – en dus zonder erfbelasting – terugkeert naar de schenker).
Ook het fiscaal belang van zo’n pacte adjoint is niet te onderschatten. Afhankelijk van hoelang de schenker nog leeft, zal er al dan niet nog erfbelasting op de geschonken som verschuldigd zijn. Blijft de schenker nog vijf jaar (voorheen: drie jaar) ronddartelen, dan is er geen erfbelasting verschuldigd. Om zo nodig te kunnen aantonen dat de documenten op een bepaald tijdstip werden opgemaakt, is het dan ook aan te raden om ze van een “semi-vaste” datum te voorzien. Vandaar de klassieke truc met de gevouwen envelop: het ondertekende document wordt aangetekend verstuurd, vakkundig geplooid zodat de poststempel op de laatste pagina terechtkomt. De datum van die poststempel geldt dan als “semi-vaste” datum. Een echte “vaste datum” bekom je slechts als de overheid die datum zet/bevestigt, dus bijvoorbeeld via een notaris, het registratiekantoor, de rechtbank,… Maar omdat u niet geacht wordt postzegels te kunnen zetten zoals u het belieft, verkrijg je door de aangetekende zending een “zo-goed-als-vaste”-datum. Ook de intentiebrief kan best zo’n datum meekrijgen, zodat men desgevallend kan aantonen dat eventuele voorwaarden voorafgaand aan de schenking werden opgelegd.
In een recent standpunt (nummer 22018, voor de liefhebbers) erkent de Vlaamse Belastingdienst dat een elektronisch ondertekend pacte adjoint, samen met de bijhorende bankuittreksels, voortaan volstaat als bewijs van de schenking. Let wel: het moet om een volwaardig bilateraal document gaan, een eenzijdige verklaring van de schenker volstaat niet. De datum van de creditering op de rekening van de begiftigde mag volgens Vlabel dan als datum van de gift beschouwd worden.
Kenneth Van Acker (30 april 2025)
