Tax

“Kom van dat gat af”

By 3 april 2026No Comments

“Kom van dat gat af”

De laatste campagne van de Vlaamse omroep zal u wellicht niet zijn ontgaan. Stilzitten blijkt een groeiend maatschappelijk probleem. Uit onderzoek blijkt dat we immers te veel zitten en te weinig bewegen. Maar wist u dat die passiviteit volgens de fiscus ook uw holdingvennootschap kan verweten worden? De fiscus kijkt immers bijzonder argwanend naar holdingvennootschappen waar er geen of weinig “eigen activiteit” in zit, de zogenaamde “passieve holdingvennootschappen”, die (louter) aandelen bezitten van een operationele “actieve vennootschap”, zonder evenwel zelf tussen te komen in het beheer ervan en doorgaans zonder eigen kantoor of eigen werknemers op de payroll. Die passieve holdings zijn nu wel al even een doorn in het oog van fiscus, maar dat daar niet meteen verandering in zal komen, blijkt alweer uit recente rechtspraak.

Zo’n passieve holding is immers het geknipte instrument om aan bepaalde (interessante doch niet altijd even koosjere) fiscale optimalisaties te doen. Nog niet zo lang geleden (in ons Warfid Kompas van januari) schreven we nog over de zogeheten “interne meerwaarden”. Kort geparafraseerd: dividenden zijn kostelijk want belast met roerende voorheffing, terwijl meerwaarden op aandelen (tot voor kort en in veel gevallen nu nog) vrijgesteld waren/kunnen zijn van belasting. De truc met de duif: geen dividenden uitkeren, maar de aandelen van de (werk)vennootschap verkopen aan een eigen* (holding)vennootschap. Om de verkoopprijs van de aandelen aan u te betalen, stroomt de holding reserves uit de werkvennootschap op via een (super)dividend. Dankzij de zgn. DBI wordt dit bij de holdingvennootschap niet belast, en er moest ook geen roerende voorheffing op ingehouden worden. De holding stort dat bedrag vervolgens aan u door, en – tadaa! – ook u werd er niet op belast aangezien meerwaarden op aandelen niet belast werden.

*U vervangt hierboven het woordje “eigen” door het woord “passieve” en u is daarmee meteen ook min of meer mee in een van de voornaamste redenen waarom de fiscus hier al eens spel durft over maken. Laatst nog (21 januari jongstleden) voor het Hof van Beroep: daar werd er een holdingvennootschap X opgericht door persoon A die er zijn eigen aandelen in de familiale holdingvennootschap Y had in ingebracht. Vervolgens werden aandelen Y die door familieleden werden aangehouden overgekocht maar niet direct betaald. De nieuwe topholding X ontvangt vervolgens een dividend daags na de aankoop van de aandelen die niet worden belast omwille van de DBI-aftrek, en die evenmin onderworpen zijn aan roerende voorheffing, waarmee dan vervolgens de aankoopprijs wordt afgelost. Heel gelijkaardig allemaal aan die hele interne meerwaarde-problematiek, doch met die nuance dat men hier niet “aan zichzelf” heeft verkocht. 

Hiervan zegt de fiscus (daarin ook gevolgd door het Hof) dat het gaat om een volledig kunstmatige constructie die niet zou zijn ingegeven door commerciële redenen die de economische realiteit weerspiegelen. Dit zou blijken uit het zeer korte tijdsverloop tussen de verschillende handelingen, het feit dat de holding een passieve holding was die gedurende meerdere jaren geen effectieve economische activiteit uitoefende, dat de oprichting van die nieuwe holding geen enkele economische logica had nu er al een holdingstructuur bestond en het feit dat deze structuur ervoor zorgde dat de aankoop van de aandelen belastingvrij kon gebeuren. Het Hof besluit vervolgens dat de DBI-aftrek terecht werd geweigerd.

Maar ook op andere fronten trekt de fiscus ten strijde tegen de passieve holding. Wat nog al eens durft voorkomen is dat een natuurlijk persoon zijn of haar aandelen in een holding verkoopt en dus niet de aandelen van de actieve dochtervennootschap “vanuit de holding”. De als natuurlijke persoon gerealiseerde meerwaarden zijn immers veel gunstiger belast (of vaak zelfs niét belast) dan wat het geval zou zijn bij een verkoop van aandelen door de holding gevolgd door een (dividend)uitkering van de ontvangen verkoopprijs. Als die holding evenwel als “passief” beschouwd kan worden, bestaat het risico dat de fiscus oordeelt dat het niet de bedoeling was om de aandelen van de passieve holding over te nemen, maar louter de aandelen van de onderliggende actieve dochtervennootschappen (en al zeker als de holding kort na de overname zou worden vereffend).

Uiteraard zal niet elke passieve holding datzelfde lot beschoren zijn, maar dat neemt niet weg dat het ook om andere redenen aangewezen kan zijn om uw passieve holding te “activeren”, bijvoorbeeld in het kader van een familiale vermogensplanning. Zo zullen de aandelen in een actieve familiale holding (onder voorwaarden) kunnen worden geschonken aan 0% (!) schenkbelasting. Is de holding echter passief, dan dient er te worden gekeken naar de participaties (minstens 30%) die de holding rechtstreeks aanhoudt in een actieve dochtervennootschap en zal zij maar pro rata voor dit gunstregime kunnen kwalificeren.

Hoe uw passieve holding te activeren? Betrek de holding in het beleid, de activiteiten en het beheer van de dochtervennootschappen (o.a. door management/beheersactiviteiten/bestuursmandaten/…), breng er personeel in onder en maak de holding inseparabel van de dochters (o.a. door het vastgoed, IP,… erin te steken). Want net zoals het belangrijk is om zelf ook voldoende actief te blijven om op lange termijn problemen te vermijden, kan ook uw passieve holding gebaat zijn bij wat activiteit om eventuele fiscale verrassingen in de toekomst te voorkomen…

Auteur: Kenneth Van Acker (27 maart 2026)