De autofiscaliteit in België is de voorbije jaren grondig veranderd en wie vandaag een wagen koopt of least, merkt al snel dat het fiscale plaatje er helemaal anders uitziet dan vroeger. De overheid heeft namelijk een duidelijke richting gekozen en die richting loopt recht naar het stopcontact. Elektrisch rijden wordt beloond terwijl wagens met een verbrandingsmotor stap voor stap hun fiscale charme verliezen.
Wat veel mensen echter onderschatten, is dat niet alleen het type wagen (benzine, hybride of elektrisch) belangrijk is, maar vooral de datum waarop de wagen wordt besteld of aangekocht. Deze datum bepaalt namelijk onder welk regime u valt en dat kan al snel een verschil maken van duizenden euro’s. Autofiscaliteit is dus een beetje zoals vastgoed: locatie, locatie, locatie… maar dan timing, timing, timing.
Daarbovenop heeft de wetgever eind 2025 nog een aantal bijkomende wijzigingen doorgevoerd, vooral met impact voor zelfstandigen in een eenmanszaak en plug-in hybrides. Wie dacht dat alles al vastlag, komt dus bedrogen uit.
De belangrijkste kantelmomenten in de tijd
Voor personenwagens die werden aangekocht vóór 1 januari 2018 met een eenmanszaak, blijven de oude regels grotendeels gelden en bestaat er nog een minimumaftrek van 75 % van de autokosten, ongeacht de CO₂-uitstoot of type wagen (uitzondering voor voertuigen met een CO₂-uitstoot van 200 gram of meer = 40%). Dat klinkt comfortabel, maar ook hier knabbelt de wetgever stilaan aan het voordeel: dit minimumpercentage wordt de komende jaren afgebouwd naar 70% vanaf 1 januari 2026 en uiteindelijk naar 50% vanaf 1 januari 2030. Zelfs oude wagens ontsnappen dus niet volledig aan de vergroeningstrein.
Voor voertuigen die werden aangekocht tussen 1 januari 2018 en 30 juni 2023 geldt de gekende aftrekformule op basis van de CO₂-uitstoot waarbij een hogere uitstoot automatisch leidt tot een lagere aftrek (minimum 50% en maximum 100%). In deze periode werd ook het begrip “valse hybride” ingevoerd, waardoor sommige plug-in hybrides fiscaal worden behandeld alsof het gewone benzinewagens zijn. Bovendien werden voor bepaalde plug-in hybrides de aftrek van brandstofkosten beperkt tot maximaal 50 procent (indien deze zijn aangekocht/besteld vanaf 1 januari 2023 tot 30 juni 2023).
Een echte breuklijn ligt op 1 juli 2023, want voor wagens die vanaf die datum tot en met 31 december 2025 werden aangekocht start de overgang naar het nieuwe systeem. Elektrische voertuigen blijven volledig aftrekbaar, terwijl wagens met CO₂-uitstoot nog aftrekbaar blijven volgens de formule, maar hun fiscale voordelen vanaf 2025 geleidelijk beginnen te verliezen (het zogenaamde uitdoofscenario). Voor wagens met een verbrandingsmotor (diesel of benzine) zijn de brandstofkosten aftrekbaar volgens hetzelfde percentage als de andere autokosten. Bij hybride wagens geldt echter een uitzondering: de kosten voor benzine of diesel zijn maximaal 50% aftrekbaar. Dit is slechts relevant tot en met 31/12/2025, want vanaf 01/01/2026 geldt voor alle wagens (met CO₂-uitstoot) dat alle kosten maximaal 50% aftrekbaar zijn.
Vanaf 01/01/2026 verandert het spel echt
Voor wagens die vanaf 1 januari 2026 worden aangekocht, wordt het onderscheid bijzonder scherp. Benzine-, diesel- en hybridewagens zijn in principe niet langer aftrekbaar, noch voor aankoop, noch voor leasing, noch voor gebruikskosten (vanuit het oogpunt van een vennootschap). Elektrische wagens blijven wel aftrekbaar, maar ook daar bouwt de overheid het voordeel langzaam af: 100% procent aftrek bij aankoop in 2026, 95% in 2027, 90% in 2028, 82,5% in 2029, 75% in 2030 en uiteindelijk 67,5% vanaf 2031. Het percentage ligt telkens vast op het moment van aankoop/leasing en blijft vervolgens gelden voor de volledige gebruiksduur van het voertuig. De elektriciteitskosten van de wagen hebben hetzelfde aftrekpercentage als de andere autokosten.
Hybride wagens in een eenmanszaak: toch interessant
Bij hybrides wordt het verhaal vanaf 2026 (nog) complexer, want de wetgever heeft hier recent nog extra nuances toegevoegd voor zelfstandigen in een eenmanszaak.
Voor hybrides aangekocht tussen 1 juli 2023 en 31 december 2025 werd oorspronkelijk voorzien dat zij mee in het “uitdoofscenario” zouden vallen. Dat is nu aangepast voor de personenbelasting (bv. zelfstandigen met een eenmanszaak): deze voertuigen krijgen vanaf 1 januari 2026 een eigen overgangsregeling. Concreet betekent dit dat bepaalde kosten — zoals elektriciteit — zelfs volledig aftrekbaar kunnen blijven, terwijl benzine- en dieselkosten hun aftrekbaarheid grotendeels verliezen. De boodschap van de fiscus is duidelijk: opladen = goed, tanken = jammer maar helaas.
Voor hybrides aangekocht vanaf 1 januari 2026 komt er opnieuw een afzonderlijke regeling. Elektriciteitskosten volgen dan het aftrekpercentage van volledig elektrische voertuigen (dus 100% bij aankoop in 2026, nadien dalend tot 67,5% vanaf 2031), het aftrekpercentage van de “andere kosten” wordt bepaald op basis van de CO₂-uitstoot en het jaar van aanschaf en dit voor de volledige gebruiksduur, maar fossiele brandstofkosten zijn simpelweg niet meer aftrekbaar. Wie dus een hybride koopt en nooit oplaadt, krijgt fiscaal een koude douche.
Een concreet voorbeeld maakt veel duidelijk
Lander koopt op 10 maart 2026 via zijn vennootschap een wagen van € 40.000,00 (excl. btw). Als hij kiest voor een elektrische wagen, is die volledig aftrekbaar omdat de aankoop in 2026 gebeurt. De volledige investering kan dus fiscaal in mindering worden gebracht, wat bij een vennootschapsbelasting van 25% neerkomt op een belastingbesparing van ongeveer € 10.000,00. Bovendien zal hij gedurende de volledige gebruiksduur ook alle kosten (onderhoud, verzekering, elektriciteit, …) voor 100% in aftrek mogen nemen.
Kiest Lander daarentegen met zijn vennootschap voor een benzine- of klassieke hybride wagen, dan is de boodschap een stuk minder vrolijk: er is geen fiscale aftrek meer op de aankoop én ook niet op de latere kosten. Met andere woorden: geen aftrek betekent ook geen belastingbesparing. De fiscus kijkt dan vriendelijk toe, maar helpt niet meer mee betalen.
Koopt Lander de wagen niet via een vennootschap maar als zelfstandige in een eenmanszaak, dan ontstaat er vooral een verschil wanneer hij een plug-in hybride zou kiezen. In dat geval geldt:
- fossiele brandstofkosten zijn niet meer aftrekbaar;
- elektriciteitskosten blijven wel volledig aftrekbaar (volgens de regels van elektrische wagens);
- de overige autokosten (verzekering, verkeersbelasting, onderhoud, …) zijn aftrekbaar volgens de CO₂-formule.
Bijvoorbeeld: een hybride wagen met een CO₂-uitstoot van 42 gram heeft een aftrek van 99% voor deze overige kosten (formule: 120% – (0,5 × 42)).
Wat betekent dit concreet voor u?
Over de volledige levensduur van een wagen kan het verschil tussen elektrisch en klassiek dus gemakkelijk oplopen tot vele duizenden euro’s. De keuze van aandrijving wordt daarmee plots ook een fiscale keuze.
De algemene conclusie is dus vrij eenvoudig: de fiscus heeft de richting gekozen en die richting loopt naar elektrisch rijden. U mag uiteraard nog tegen de stroom in rijden, maar dan wel met uw eigen portefeuille als tegenwind.
Daarbij is het wel belangrijk te benadrukken dat bovenstaand artikel volledig door een fiscale bril wordt bekeken. Het kostenplaatje van een elektrische wagen kan in de praktijk veel duurder uitvallen dan een klassieke wagen en dit werd niet in rekening gebracht. Fiscaal interessant betekent dus niet automatisch financieel het voordeligst.
Of anders gezegd: de fiscus helpt graag kiezen welke richting u uitrijdt, maar niet noodzakelijk welke wagen voor u het goedkoopst is.
Auteur: Kevin De Jonge (23 februari 2026)