Sinds 1 september 2018 biedt het Vlaamse Gewest een fiscaal gunstige regeling voor erfgenamen die geërfd vermogen willen doorgeven aan hun kinderen of kleinkinderen: de doorgeefschenking. Deze techniek laat toe om binnen het jaar na een overlijden een schenking te doen aan de volgende generatie, zonder dat daar schenkbelasting op verschuldigd is.
Mits aan enkele voorwaarden wordt voldaan, kan dit financieel veel interessanter zijn dan een klassieke schenking of een volledige erfenissprong.
Wat is een doorgeefschenking precies?
Een doorgeefschenking is een schenking van (een deel van) het geërfde vermogen die een erfgenaam, binnen het jaar na het overlijden, doet aan zijn of haar afstammelingen, zoals kinderen of kleinkinderen. Deze schenking moet via een notariële akte verlopen.
Op voorwaarde dat de erfgenaam erfbelasting heeft betaald, en aan de wettelijke voorwaarden voldaan is, wordt er geen schenkbelasting geheven op het doorgeschonken vermogen.

Waarom is dit interessant?
De doorgeefschenking is een fiscaalvriendelijk en flexibel alternatief voor de klassieke erfenissprong. Bij een erfenissprong verwerpt een erfgenaam zijn erfdeel volledig, waardoor zijn kinderen rechtstreeks erven. Het nadeel? Dit is een alles-of-nietsbeslissing. Wie verwerpt, doet volledig afstand van zijn rechten in de erfenis, zonder mogelijkheid tot nuance of controle.
Bij een doorgeefschenking aanvaardt u eerst de erfenis (en betaalt u erfbelasting), en behoudt u dus het zeggenschap over het vermogen, maar kan u (kort) nadien eventueel een deel fiscaal voordelig schenken aan de volgende generatie.
Wat zijn de voorwaarden?
De vrijstelling van schenkbelasting geldt enkel als aan alle onderstaande voorwaarden voldaan is:
-De nalatenschap moet opengevallen zijn in het Vlaamse Gewest, de schenker moet erfbelasting hebben betaald aan het tarief in rechte lijn en tussen partners, en de begiftigde moet een afstammeling zijn, zoals een kind, kleinkind, stiefkind of adoptiekind;
-De schenking moet gebeuren binnen het jaar na het overlijden, via een notariële akte. Ze mag geen opschortende voorwaarden bevatten, zoals “pas over drie jaar”. Een voorbehoud van vruchtgebruik is wel toegestaan;
-Het geschonken goed moet afkomstig zijn uit de nalatenschap. Voor onroerende goederen betekent dit dat het om exact hetzelfde goed moet gaan, of om de opbrengst van een verkoop ervan. Voor roerende goederen volstaat het dat de waarde overeenkomt met wat uit de erfenis werd verkregen;
In de notariële akte moet uitdrukkelijk vermeld worden dat toepassing gevraagd wordt van artikel 2.8.6.0.9 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit en dat aan alle voorwaarden is voldaan.
Beperkingen: twee belangrijke limieten van de vrijstelling
Hoewel de vrijstelling ruim is, zijn er twee wettelijke grenzen:
-Ten eerste is de vrijstelling beperkt tot de waarde van wat u zelf heeft geërfd. Indien u meer schenkt dan u heeft ontvangen uit de erfenis, dan wordt het overschot (uiteraard) wel belast;
-Ten tweede mag het uitgespaarde bedrag aan schenkbelasting niet hoger zijn dan de erfbelasting die u effectief heeft betaald op de geschonken goederen.
De vrijstelling wordt berekend met deze formule: Vrijstelling = normale schenkbelasting × (waarde erfenis / waarde schenking)
Praktijkvoorbeeld
In januari 2025 erft Els van haar moeder een effectenportefeuille van € 100.000,00 en betaalde daarop € 6.000,00 erfbelasting. In augustus 2025 schenkt ze € 50.000,00 aan haar enige dochter via een notariële akte.
Op een gewone schenking van € 50.000,00 zou € 1.500,00 (3%) schenkbelasting verschuldigd zijn.
Maar omdat de eerder betaalde erfbelasting op dit deel van het vermogen € 3.000,00 bedraagt (via de formule € 6.000,00 × (€ 50.000,00 / € 100.000,00)), is er geen schenkbelasting verschuldigd.
Els kan € 50.000,00 schenken aan haar enige dochter zonder bijkomende belasting.
Wat als je meer schenkt dan je geërfd hebt?
Stel dat Els niet € 50.000,00, maar € 150.000,00 zou willen schenken. In dat geval overschrijdt de waarde van de schenking het bedrag dat zij geërfd heeft.
De gewone schenkbelasting (3%) op € 150.000,00 bedraagt € 4.500,00.
De vrijstelling wordt in dit geval proportioneel beperkt via de formule:
Vrijstelling = € 4.500,00 × (€ 100.000,00 / € 150.000,00) = € 2.999,00
Er blijft dus een restbedrag van € 1.501,00 aan schenkbelasting te betalen. Ook de tweede wettelijke limiet wordt gerespecteerd: de vrijstelling (maximaal € 2.999,00) blijft binnen het bedrag van de eerder betaalde erfbelasting op het oorspronkelijke erfdeel.
Conclusie
De doorgeefschenking kan dus een waardevol voordeel bieden voor wie (snel) geërfd vermogen wil doorschuiven naar zijn of haar (klein) kinderen.
Auteur: Yasmine Lemaire (14 mei 2025)