Kasseien, wind op kop en pas op de laatste helling valt de beslissing: wie de voorjaarsklassiekers volgt, weet dat je een koers niet wint door te vroeg af te stappen. Vanaf 1 januari 2027 geldt die wet van de koers ook voor je wettelijk pensioen. Het goede nieuws eerst: met een lange, stevige loopbaan als zelfstandige rijd je grotendeels uit de wind. Speel je met de gedachte om vroeger af te stappen? Dan reken je best eerst even mee.
De finishlijn: de wettelijke pensioenleeftijd
Vandaag ga je met pensioen op 66 jaar. Vanaf 2030 wordt dat 67 jaar.
Welke finish voor jou geldt, hangt af van je geboortejaar. Die leeftijd is ook het ijkpunt voor alles wat volgt: stop je vroeger, dan dreigt een malus; rij je langer door, dan kan je een bonus verdienen.
| Geboortejaar | Pensioenleeftijd |
| voor 1964 | 66 jaar |
| vanaf 1964 | 67 jaar |
Wat telt als een koersjaar?
Een loopbaanjaar telt voortaan pas mee vanaf 156 gewerkte of gelijkgestelde dagen, en dat voor alle jaren van je loopbaan, ook die van voor 2027. Voor een zelfstandige in hoofdberoep komt dat neer op twee kwartalen sociale bijdragen, of een gelijkgestelde periode zoals ziekte.
Voor jou is dat eigenlijk niets nieuws: de lat ligt niet hoger, de rest van het peloton komt gewoon naast je rijden.
En of je nu actief bent binnen een eenmanszaak of zaakvoerder/bestuurder bent van een vennootschap: dezelfde spelregels.
Vervroegd afstappen: wanneer mag het?
De klassieke routes blijven gewoon bestaan:
- op 60 jaar na 44 loopbaanjaren;
- op 61 of 62 jaar na 43 loopbaanjaren;
- vanaf 63 jaar na 42 loopbaanjaren.
Nieuw is een extra uitgang voor wie jong begon: op 60 jaar na 42 loopbaanjaren, op voorwaarde dat je in elk van die jaren minstens drie kwartalen effectief werkte.
De tijdstraf: pensioenmalus
Ga je vanaf 2027 vervroegd met pensioen, dan kijkt de jury naar twee dingen:
- minstens 35 loopbaanjaren met telkens minstens twee effectief gewerkte kwartalen, én
- in totaal minstens 90 effectief gewerkte kwartalen over je hele loopbaan.
Haal je beide, dan rijd je zonder straf binnen. Mis je er één, dan zakt je pensioen voor elk jaar dat je voor de wettelijke pensioenleeftijd stopt. Hoe zwaar die tijdstraf weegt, hangt af van je geboortejaar.
Bijvoorbeeld:
Jorgen is geboren in 1975. Zijn wettelijke pensioenleeftijd is dus 67 jaar, maar hij wil al op 64 jaar stoppen. Met 42 loopbaanjaren mag dat, alleen telt hij geen 35 jaren met telkens minstens twee effectief gewerkte kwartalen. Jorgen krijgt daardoor een tijdstraf van 5% voor elk van de drie jaren dat hij vroeger stopt: samen 15% minder pensioen. Zou zijn pensioen € 1.800 per maand bedragen, dan wordt dat € 1.530, en dat blijft zo voor de rest van zijn pensioen. Die tijd wint hij in de afdaling niet meer terug.
Ziekteperiodes tellen wel mee als gewerkt, zodat wie lang arbeidsongeschikt was niet nog eens extra gestraft wordt.
|
De bonificatieseconden: pensioenbonus
Het werkt ook in de andere richting. Neem je je pensioen pas op na je wettelijke pensioenleeftijd en voldoe je aan dezelfde loopbaanvoorwaarde? Dan stijgt je pensioen voor elk jaar uitstel, opnieuw afhankelijk van je geboortejaar.
De teller voor die bonus loopt al sinds 1 januari 2026.
|
Al in de kopgroep?
Voldoe je vandaag al aan de voorwaarden voor vervroegd pensioen, dan behoud je dat recht, ook als je pas later stopt. Een aanvraag ‘voor de zekerheid’ is dus niet nodig. Werd je in 2025 60 jaar, dan schuift je vervroegde pensioendatum hooguit één jaar op; werd je toen 59, hooguit twee jaar.
Raad van de ploegleider
Neem eens een kijkje op mypension.be: tegen eind dit jaar zie je er je vroegst mogelijke pensioendatum, en ook die zonder malus. En vergeet je aanvullend pensioen (VAPZ, IPT) niet: het wettelijk pensioen is maar één renner in je ploeg. Twijfel je over jouw parcours? Samen bekijken we waar jouw finish ligt en hoe je er zonder tijdstraf geraakt.
Auteur: Kevin De Jonge (1 oktober 2026)