Sinds 1 januari 2026 moeten Belgische btw-plichtige ondernemingen voor hun onderlinge transacties in beginsel gestructureerde elektronische facturen gebruiken. Die factuur moet machine leesbaar zijn en rechtstreeks tussen de software van leverancier en klant worden uitgewisseld. U voelde het mogelijks al aan uw ellenbogen aankomen: de regering wil hier nu een stapje verder in gaan. Op 18 juli 2026 keurde de ministerraad een voorontwerp goed dat voorziet in de nagenoeg onmiddellijke rapportering “near real time” van bepaalde factuurgegevens aan de btw-administratie.
Welke gegevens precies zullen worden doorgestuurd? Daar hebben we voorlopig nog geen zicht op. De concrete gegevens en modaliteiten zouden immers worden overgelaten aan een later koninklijk besluit. Ook staat nog niet vast of de gegevens via Peppol, via een afzonderlijke toepassing van de FOD Financiën of via een combinatie van beide zullen worden verzonden.
Opmerkelijk is dat de rapportering dubbelzijdig zou gebeuren. Zowel de leverancier of dienstverrichter als zijn medecontractant moet gegevens bezorgen. De administratie ontvangt zodoende twee versies van dezelfde verrichting en kan nagaan of beide met elkaar overeenstemmen. Een verschil in maatstaf van heffing, btw-bedrag of identificatiegegevens hoeft dan niet langer te wachten op een controle enkele jaren later. De regering verwacht daarmee onder andere een snellere opsporing van btw-fraude. In ruil voor die continue stroom aan informatie zou als bescheiden compensatie voor belastingplichtigen die onder de nieuwe rapporteringsplicht vallen, de jaarlijkse klantenlisting worden afgeschaft. De nieuwe regeling zou in principe op 1 januari 2028 in werking treden. Het gaat echter voorlopig slechts om een voorontwerp, dat nog voor advies wordt voorgelegd aan de Raad van State en de Gegevensbeschermingsautoriteit.
Die laatste wees intussen reeds op een aantal aandachtspunten. Zo moet er onder meer worden geregeld hoe verschillen tussen de rapportering van leverancier en klant worden rechtgezet, welke gegevens bij een discrepantie als uitgangspunt dienen en hoe wordt vermeden dat een belastingplichtige wordt gesanctioneerd wegens een technische storing bij zijn softwareleverancier, het Peppol-netwerk of de administratie zelf (niet onbelangrijk: zie bijvoorbeeld nog de bijdrage van Gwendolina in onze vorige nieuwbrief: Boete-aankondigen-terwijl-het-geld-al-gestort-werd-op-de-btw-provisierekening – Warfid. Een computer mag volgens de Autoriteit verder wel de alarmbellen doen rinkelen, maar niet zelfstandig een belastingaanslag of boete vestigen. Een vastgesteld risico of een afwijkend patroon moet eerst door een “human in the loop”, met name een bevoegde ambtenaar, worden beoordeeld.
Wat dat laatste betreft mag “Computer says no” dan niet het laatste woord hebben, hoeveel woorden de ambtenaar in kwestie daar in de praktijk nog aan zal toevoegen, valt evenwel af te wachten. De neiging om klakkeloos over te nemen wat een computer voorkauwt, lijkt intussen immers bij sommigen reeds diep ingebakken te zijn…
Auteur: Kenneth Van Acker (19 augustus 2026)